Nieuwsbrief Progressiegericht Werken 437

  • Welk type ouderlijke betrokkenheid leidt tot goede schoolprestaties?
  • Wanneer werkt positieve feedback motiverender en wanneer negatieve feedback?
  • Onafhankelijke kinderen
  • Zelfs Einstein worstelde!
  • Gedragscontrole of psychologische controle
  • Positief fantaseren kan leiden tot depressie

Welk type ouderlijke betrokkenheid leidt tot goede schoolprestaties?

~ Gwenda Schlundt Bodien

“Dit komend schooljaar wordt een belangrijk jaar voor mijn kind, want zijn cijfers van dit jaar gaan mede bepalen of hij zal worden toegelaten tot de universiteit waar hij graag heen wil”, vertelde een ouder mij laatst:”Wat kan ik, als zijn ouder, doen zodat dat hem gaat lukken?”

Lees verder »


Wanneer werkt positieve feedback motiverender en wanneer negatieve feedback?

~ Coert Visser

Constructieve feedback, zowel negatieve als positieve, kan een belangrijke rol spelen bij het halen van doelen. Uit eerder onderzoek van Koo and Fishbach (2008) is gebleken dat feedback twee soorten boodschappen kan geven. Afbeelding1De eerste boodschap gaat over commitment: het kan iets zeggen over of je doelen de moeite waard zijn en of je kans van slagen hebt. Individuen die niet sterk gecommitteerd zijn, kunnen harder gaan werken na positieve feedback (en juist iets minder hard na negatieve feedback). De tweede boodschap gaat over progressie:

Lees verder »


Onafhankelijke kinderen

~ Gwenda Schlundt Bodien

Ouders kunnen onafhankelijkheid in kinderen stimuleren door de nadruk te leggen op hun eigen meningen en hun eigen besluitvorming, onafhankelijk van de mening van hun omgeving en hun ouders. Is dat een goede manier om het welbevinden van het kind te versterken en de band tussen kind en ouders te versterken? Uit onderzoek blijkt dat er een sterkere voorspeller is van welbevinden van het kind en een goede relatie tussen het kind en de ouders, en dat is de mate waarin het kind helemaal achter zijn mening en keuzes staat.

Lees verder »


Zelfs Einstein worstelde!

~ Coert Visser

Hoe meer middelbare scholieren denken dat academisch succes vraagt om uitzonderlijk talent hoe minder geneigd ze zullen zijn om zich in te spannen op school. Leerlingen die zo denken zullen ook minder snel exacte vakken in hun pakket kiezen. Onderzoekers Lin-Siegler et al. (2016) ontwikkelden een praktische interventie om dit beeld van veel leerlingen bij te stellen: verhalen die duidelijk maken succesvolle wetenschappers bij het leveren van prestaties veel moeten worstelen en tegenslagen moeten overwinnen.

Lees verder »


Gedragscontrole of psychologische controle

~ Gwenda Schlundt Bodien

Eisen stellen aan hoe je kind zich gedraagt past prima in een autonomieondersteunende opvoedstijl. Autonomie ondersteuning is immers niet hetzelfde als laissez-faire, alles goed vinden wat je kind wil en doet. (Realistische) hoge verwachtingen zijn zelfs, mits ze op een niet-autoritaire wijze worden besproken, goed voor het welbevinden van kinderen. Kinderen zijn gebaat bij een duidelijke structuur, waarbinnen zij zich competent kunnen voelen om te voldoen aan de verwachtingen. Dit is een vorm van gedragscontrole, in de zin dat je als ouder duidelijke eisen stelt aan het gedrag van je kind en daarbij uitlegt waarom je dit van je kind verwacht.

Lees verder »


Positief fantaseren kan leiden tot depressie

~ Coert Visser

Als we ons slecht voelen, ligt het voor de hand dat we naar dingen zoeken die ervoor zorgen dat we ons beter gaan voelen. En wel liefst zo snel mogelijk. Maar pas op. Sommige dingen die er geheid voor zorgen dat we ons vrijwel direct wat beter kunnen gaan voelen, kunnen op de iets langere termijn erg nadelige effecten hebben. Een voorbeeld zou het gebruik van antidepressiva kunnen zijn. Wellicht werken ze verlichtend op de korte termijn maar hebben ze nare bijwerkingen op de iets langere termijn. Maar er is een ander voorbeeld dat waarschijnlijk minder voor de hand ligt: positieve fantasieën. Natuurlijk, het is logische gedachte: “Voel je je rot, fantaseer dan dat je leven er heerlijk en geweldig uitziet. Dan voel je je vast snel beter!”

Lees verder »

Nieuwsbrief Progressiegericht Werken 436

  • Wordt de toekomst beter?
  • Drie typen intrinsieke motivatie
  • Het nut van een toekomstperspectief in conflicten
  • Positieve effecten voor autonomieondersteunende docent
  • Kun je de meeste mensen vertrouwen?
  • Sociale besmettelijkheid van motivatie

Wordt de toekomst beter?

~ Coert Visser

Wat zou uw antwoord zijn op de vraag: wordt de toekomst beter? Het blijkt dat het er nogal vanaf hangt aan wie je deze vraag stelt en waar je hem betrekking op laat hebben. Mohammed Nagdy en Max Roser leggen in in hun artikel Optimism & Pessimism uit dat veel mensen individueel optimistisch zijn maar, zeker in ontwikkelde landen, sociaal (of collectief) pessimistisch. Met andere woorden, ze verwachten dat hun eigen toekomst relatief goed zal zijn maar de toekomst van hun land minder goed.

Lees verder »


Drie typen intrinsieke motivatie

~ Gwenda Schlundt Bodien

Intrinsieke motivatie refereert aan het doen van een activiteit omdat die activiteit in zichzelf prettig en interessant is en voldoening schenkt. Er zijn drie typen intrinsieke motivatie. De eerste is de intrinsieke motivatie om te weten. Je kunt intrinsiek gemotiveerd zijn om bepaalde kennis te vergaren, informatie te verwerken, kennis op te bouwen. Iemand die vrijwillig een studie oppakt vanwege interesse in het onderwerp is intrinsiek gemotiveerd om kennis over dat onderwerp te vergaren.

Lees verder »


Het nut van een toekomstperspectief in conflicten

~ Coert Visser

Iedereen kan weleens in een conflictsituatie terechtkomen. Ineffectief handelen in een conflictsituatie kan de relatie in gevaar brengen. Voorbeelden van handelen die vaak niet goed werken in conflictsituaties is: uiten van je negatieve emoties, je vijandig uiten, wraak nemen en de ander beschuldigen. Meer effectieve reacties zijn bijvoorbeeld: je emoties beheersen, vergevend zijn, de schuld op je nemen en de kwestie van een afstandje bekijken. Maar in het vuur van de strijd is vaak lastig om meteen een effectieve manier van reageren te bedenken. Een nieuw onderzoek wijst op een effectieve manier om hier mee om te gaan.

Lees verder »


Positieve effecten voor autonomieondersteunende docent

~ Gwenda Schlundt Bodien

Docenten die autonomieondersteunend lesgeven plukken daar zelf ook de vruchten van. Ze lopen namelijk veel minder kans op emotionele uitputting, depersonalisatie en burnout. Zo blijkt uit onderzoek van Fernet et al dat er een significante relatie is tussen de verschillende vormen van motivatie van de docent en burnout (depersonalisatie en emotionele uitputting). De autonome vormen van motivatie (geinternaliseerde, geïntegreerde en geidentificeerde regulatiestijlen) hadden een negatieve relatie met burnout. De gecontroleerde vormen van motivatie (geintrojecteerde en externe regulatiestijlen en nonregulatie) hadden een positieve relatie met burnout.

Lees verder »


Kun je de meeste mensen vertrouwen?

~ Coert Visser

Vertrouwen van mensen in andere mensen is belangrijk in een samenleving. De mate waarin mensen elkaar vertrouwen draagt niet alleen bij aan hoe goed mensen zich binnen die samenleving voelen maar ook aan de economische ontwikkeling in een land. In een nieuwe publicatie laten Esteban Ortiz-Ospina en Max Roser zien dat de mate waarin mensen anderen vertrouwen sterk verschilt in verschillende landen. Landen als Noorwegen, Nederland, Zweden en China scoren zeer hoog; landen als de De Filipijnen, Brazilië, Colombia, Ghana en Roemenië scoren erg laag.

Lees verder »


Sociale besmettelijkheid van motivatie

~ Gwenda Schlundt Bodien

Er is sprake van een motivationele wisselwerking tussen docenten en hun studenten. Als docenten zelf autonoom gemotiveerd zijn en op een autonomieondersteunende manier lesgeven, dan zijn hun studenten ook autonomer gemotiveerd. Hoe werkt dat? Docenten die een hoge kwaliteit van motivatie hebben voor hun vak, hebben zelf meer interesse in hun vak waardoor ze ook meer kennis hebben en ze de relevantie van wat ze doceren beter kunnen uitleggen aan studenten. Ze zijn ook creatiever in het vinden van manieren om studenten te betrekken bij de les. Daarnaast begrijpen ze beter hoe belangrijk het is dat studenten autonoom gemotiveerd kunnen raken voor het vak, waardoor ze meer aandacht besteden aan het creëren van de condities waarin studenten zichzelf kunnen motiveren.

Lees verder »